Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer B Art. 10.2
Afdeling 10.1 Toezicht en handhaving
1 Onze Minister heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van a. de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 1.3 , 1.4 , 9.1 , 9.2 , 9.3 en 9.4 en paragraaf 4.3 ; b. de voorschriften die voor degene die een inrichting drijft, gelden op grond van hoofdstuk 5 en hoofdstuk 8 voor zover Onze Minister bevoegd is een vergunning krachtens artikel 5.1, tweede lid , te verlenen dan wel Onze Minister het bestuursorgaan is waaraan de melding, bedoeld in artikel 5.3 wordt gericht.
2 Het bestuurscollege heeft tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van: a. de voorschriften, gesteld bij of krachtens hoofdstuk 2 , 3 en 6 ; b. de verplichtingen, gesteld krachtens de afvalstoffenverordening, bedoeld in artikel 4.7 en de afvalwaterverordening, bedoeld in artikel 4.25 en de verplichtingen, gesteld bij of krachtens paragraaf 4.2 ; c. de verplichtingen, gesteld bij of krachtens de artikelen 1.3 , 1.5 , 4.1 , 4.2 , 4.3 , 4.9 , 4.10 , 4.11 , 4.13 , 4.14 , 5.34 , 5.35 , 5.36 , 5.37 , 5.39 en 5.40 , en d. de voorschriften die voor degene die een inrichting drijft, gelden op grond van hoofdstuk 5 en hoofdstuk 8 , voor zover het bestuurscollege bevoegd is een vergunning krachtens artikel 5.1, tweede lid , te verlenen dan wel het bestuurscollege het bestuursorgaan is waaraan de melding, bedoeld in artikel 5.3 wordt gericht.