Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer B Art. 4.7
Paragraaf 4.1 Algemeen
1 De eilandsraad stelt in het belang van de bescherming van het milieu een afvalstoffenverordening vast.
2 Bij het vaststellen van de afvalstoffenverordening houdt de eilandsraad rekening met de voorkeursvolgorde, bedoeld in artikel 1.5, derde lid, onderdeel a .
3 De afvalstoffenverordening bevat ten minste regels omtrent: a. het overdragen of het ter inzameling aanbieden van afvalstoffen aan een inzameldienst die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid ; b. het overdragen van zodanige afvalstoffen aan een ander; c. het achterlaten van zodanige afvalstoffen op een daartoe ter beschikking gestelde plaats; d. het voorkomen dat afvalstoffen als zwerfafval in het milieu terecht komen dan wel teneinde te bereiken dat zulks zo min mogelijk gebeurt; e. het opruimen van afvalstoffen die als zwerfafval in het milieu terecht zijn gekomen; f. het op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig hebben van afvalstoffen.
4 In afwijking van artikel 4.6, onderdeel a , wijst de eilandsraad in de afvalstoffenverordening categorieën van afvalstoffen aan die: a. afzonderlijk moeten worden aangeboden aan de inzameldienst; b. niet mogen worden aangeboden aan de inzameldienst; c. afzonderlijk moeten worden aangeboden bij daartoe aangewezen inzamelpunten.
5 In afwijking van artikel 4.6, onderdeel a , kan de eilandsraad in het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen in de afvalstoffenverordening voorts bepalen dat: a. afvalstoffen worden ingezameld nabij elk perceel; b. afvalstoffen worden ingezameld met een bij verordening aangegeven regelmaat; c. in een gedeelte van het grondgebied geen afvalstoffen worden ingezameld.
6 De eilandsraad stelt nadere regels betreffende het beheer van afvalstoffen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, b en c.