Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang Art. 8Rapportage overmacht drie-uursregeling en vaste gezichtencriterium
Paragraaf 4 Overige bepalingen
1 Een toezichthouder die in het kader van een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, tweede, vierde en vijfde lid, van de wet oordeelt dat: a. de artikelen 7, vierde lid , of 16, vierde lid , in samenhang met de artikelen 3, derde lid, onderdeel a, en vierde lid , respectievelijk 12, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang , voor zover die bepalingen betrekking hebben op de tijden waarop minder beroepskrachten kunnen worden ingezet; of b. artikel 9, vierde of vijfde lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang ; als gevolg van overmacht niet zijn nageleefd, rapporteert de gedraging niet als overtreding,
2 Een toezichthouder beschrijft in het inspectierapport de relevante feiten en omstandigheden van het geval en hoe de toezichthouder is gekomen tot het oordeel dat sprake is van overmacht.
3 Het eerste lid geldt onverminderd artikel 5:5 van de Algemene wet bestuursrecht .
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2020-07-11