Beleidsregels sturing van en toezicht op Stichting VAM Art. 11Oordeelsvorming
§ 4 Taakuitoefening
De Minister vormt zich een oordeel over de kwaliteit van de taakuitoefening van Stichting VAM. Daarbij baseert hij zich onder meer op:
a. de bevindingen voortvloeiend uit de in artikel 19, tweede lid, van de Kaderwet bedoelde voorzieningen; b. de regelmatig door Stichting VAM gehouden klant- en medewerkerstevredenheidsonderzoeken; c. het in artikel 5 bedoelde verslag van bevindingen; d. de in artikel 6 bedoelde jaarrekening en verantwoording; e. het verslag van de Dienst Wegverkeer over het toezicht op de door de Stichting VAM uitgevoerde taken, en f. de verslagen van de Rijksgecommitteerden.