Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen A Art. 5De voorlopige vaststelling en uitkering van de vergoeding van kosten van verstrekkingen en vergoedingen
Hoofdstuk 3 Vaststelling en bevoorschotting vergoeding aan zorgverzekeraars en verbindingskantoren van kosten van verstrekkingen en vergoedingen
1 Uiterlijk op de eerste werkdag in oktober van het jaar t+1 stelt het college de vergoeding voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen voorlopig vast.
2 Voor de toepassing van het eerste lid gaat het college voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge de AWBZ voor de zorgverzekeraar uit van de som van: a. het saldo van de kosten van rechtstreeks met het AFBZ te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die de zorgverzekeraar aan het college voor het jaar t opgeeft; b. de door de zorgverzekeraar over het jaar t opgegeven rentebaten.
3 Voor de toepassing van het eerste lid gaat het college voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen ingevolge de AWBZ voor de verbindingskantoren uit van de som van: a. het saldo van de kosten van rechtstreeks met het AFBZ te verrekenen kosten en opbrengsten van zorgaanspraken die het verbindingskantoor aan het college voor het jaar t opgeeft; b. de opbrengsten van eigen bijdragen in het kader van de bijzondere ziektekostenverzekering.
4 Het college keert de voorlopig vastgestelde vergoeding voor de kosten van verstrekkingen en vergoedingen, bedoeld in artikel 4.2 Besluit Wfsv , uit onder verrekening van de in jaar t verstrekte voorschotten, bedoeld in artikel 4 .