Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ · Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ
Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ Art. 5
§ 3 Vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen EZ
1 De vertrouwenspersoon heeft de volgende taken en bevoegdheden: a. het opvangen, begeleiden en van advies dienen van de melder, alsmede het zo nodig doorverwijzen naar een professionele hulpverlenende instantie of hulpverlener; b. het inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om tot een goed inzicht te komen omtrent de melding en de mogelijkheden om te komen tot een oplossing; c. het door middel van het inschakelen van een deskundige, bemiddelaar of mediator trachten tot een oplossing te komen; d. het adviseren over en behulpzaam zijn van de melder bij eventueel verder te nemen stappen; e. het ondersteunen en begeleiden van de melder bij het indienen van een klacht ter zake bij de commissie en bij het horen door de commissie; f. het geven van gevraagd of ongevraagd advies aan de secretaris-generaal op het gebied van de preventie van ongewenste omgangsvormen in de organisatie; g. het geven van voorlichting op het gebied van ongewenste omgangsvormen; h. het verlenen van nazorg aan de melder.
2 De vertrouwenspersoon heeft jegens de melder een recht op verschoning.
3 De vertrouwenspersoon legt over zijn tijdsbesteding als zodanig verantwoording af aan zijn hoofd van dienst.
4 Indien de vertrouwenspersoon een advies geeft als bedoeld in het eerste lid, onder f, zendt de secretaris-generaal afschrift daarvan aan de Departementale Ondernemingsraad.