Kaderbesluit BZK-subsidies · Kaderbesluit BZK-subsidies
Kaderbesluit BZK-subsidies Art. 13
Hoofdstuk 7 Afwijzingsgronden
Onze Minister beslist voorts afwijzend op een aanvraag om subsidie voor zover:
a. door de toepassing van een de-minimis verordening, een bedrag aan de-minimis steun zou worden verstrekt dat hoger is dan geoorloofd op grond van deze verordening; b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de activiteiten kunnen financieren; c. het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn kunnen worden voltooid; d. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd; e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten; f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten; g. de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie; h. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren.