Verordening op de ledengroepen · Verordening op de ledengroepen
Verordening op de ledengroepen Art. 16
Hoofdstuk 4 De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het ledengroepbestuur
1 Een ledengroepbestuur heeft een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
2 De voorzitter van een ledengroepbestuur, dan wel bij zijn afwezigheid de plaatsvervangend voorzitter, bekleedt tijdens de vergaderingen van het ledengroepbestuur en de bijeenkomst van de ledengroepvergadering het voorzitterschap.