Wet lokaal spoor · Wet lokaal spoor
Wet lokaal spoor Art. 20
Hoofdstuk 3 Beheer van lokale spoorwegen
1 De lokale spoorweginfrastructuur waarover vervoer wordt verricht wordt door de beheerder zodanig beheerd dat de lokale spoorweginfrastructuur blijft voldoen aan de artikelen 5 en 6 .
2 Van ernstige incidenten doet de beheerder onmiddellijk melding aan de toezichthouder.
3 De beheerder stemt het beheer van de lokale spoorweg af met: a. de beheerder van een daaraan grenzende lokale spoorweg; b. de beheerder van een daaraan grenzende hoofdspoorweg of bijzondere spoorweg als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Spoorwegwet ; of c. de wegbeheerder van een daaraan grenzende weg.
4 Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen de beheerder bindende aanwijzingen geven met betrekking tot het beheer.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2015-12-01