Onderlinge regeling Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarte Art. 5
De openbare ministeries van de landen plegen, onder roulerend voorzitterschap van de procureur-generaal van Aruba en de procureur-generaal van Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba periodiek overleg over de uitvoering van deze onderlinge regeling. Bij dit overleg worden de directeuren van de detentie-inrichtingen van de landen betrokken.