Regeling minimum VFR-vlieghoogten en VFR-vluchten buiten de Art. 13Vliegen binnen de laagvlieggebieden of -route voor militaire helikopters met gebruik van nachtzichtapparatuur
Paragraaf 2 Beperking van VFR-vluchten
Voor vluchten met militaire helikopters waarbij gebruik wordt gemaakt van nachtzichtapparatuur, mag alleen van de gebieden of route, bedoeld in artikel 9, eerste lid , gebruik worden gemaakt, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de vluchten worden met ontstoken navigatielichten uitgevoerd; indien de intensiteit van de navigatielichten de taakuitvoering van de vlieger nadelig beïnvloedt, is het toegestaan de navigatielichten te dimmen of te doven; b. indien mogelijk wordt radiocontact onderhouden met het AOCS NM; c. er wordt te allen tijde voor ander luchtverkeer uitgeweken.