Regeling OV-begeleiderskaart · Regeling OV-begeleiderskaart
Regeling OV-begeleiderskaart Art. 3
1 De minister is bevoegd om op aanvraag een OV-begeleiderskaart te verstrekken.
2 De OV-begeleiderskaart wordt niet afgegeven alvorens de aanvraag is getoetst en voldoet aan één of meer van de criteria, bedoeld in artikel 2 .
3 Indien het voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, wordt de aanvraag getoetst aan de criteria, bedoeld in artikel 2 , door een persoon, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg .
4 In afwijking van het eerste lid kan de OV-begeleiderskaart worden afgegeven zonder toetsing aan de criteria, bedoeld in artikel 2 , indien aan de aanvrager eerder een OV-begeleiderskaart is verstrekt met de mededeling dat bij toekomstige aanvragen gelet op de ernst of de verwachte duur van de beperking geen nadere bewijsstukken meer behoeven te worden verstrekt.