Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies · Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies Art. 3.27.11Verplichtingen betreffende administratie, voortgangsrapportages en kennisverspreiding
Titel 3.27 Important Projects of Common European Interest (IPCEI)
1 Onverminderd artikel 38 van het besluit wordt in de administratie van de subsidieontvanger een onderscheid gemaakt tussen economische en niet-economische activiteiten, die deze subsidieontvanger binnen het project uitvoert en de kosten en de financiering hiervan.
2 De subsidieontvanger verleent tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling medewerking aan de monitoring van de voortgang en het verspreiden van de resultaten van de op grond van deze titel gesubsidieerde activiteiten, via ten minste het verstrekken van de volgende informatie: a. het gedurende de looptijd van het Nederlandse belangrijke project en onverminderd artikel 39 van het besluit : 1°. op verzoek van de minister te verstrekken inlichtingen omtrent de voortgang van de verrichte of te verrichten activiteiten of resultaten van het Nederlandse belangrijke project, die gebruikt kunnen worden voor het monitoren van de voortgang van het Nederlandse belangrijke project; 2°. een jaarlijkse voortgangsrapportage over het project, die de minister kan gebruiken voor de openbare brede verspreiding van de niet-bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project worden opgedaan; 3°. een schriftelijk verslag over de voortgang of resultaten van het Europese belangrijke project, overeenkomstig de wijze en frequentie waarop de subsidieontvanger daartoe jegens de Europese Commissie verplicht is; b. na afloop van het project: een, naar het oordeel van de minister, kwalitatief voldoende verslag dat bestemd is voor het openbaar maken van de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project wordt opgedaan.
3 De informatie, bedoeld in het tweede lid, wordt verstrekt met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
4 In afwijking van het tweede lid kan de minister, in overeenstemming met de minister die het mede aangaat, voor zover dit noodzakelijk is voor de bescherming van wezenlijke belangen voor de veiligheid van de staat, de openbare orde en de openbare veiligheid: a. besluiten dat resultaten niet bekend gemaakt worden of aan derden beschikbaar gesteld worden; of b. op aanvraag van de subsidieontvanger ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in het tweede of derde lid.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2026-10-01