Regeling hulpmiddelen en aangepaste wijze of vorm van toetse Art. 3Kaders aanpassing
a. De directeur handelt bij de aanpassing bedoeld in artikel 2 binnen de kaders, vastgelegd door het College voor toetsen en examens in deze regeling. b. Indien naar het oordeel van de directeur binnen bedoelde kaders geen adequate aanpassing wordt bereikt die de door de leerling ten gevolge van zijn speciale ondersteuningsbehoefte ondervonden belemmering wegneemt, neemt de directeur contact op met het College voor toetsen en examens.