Regeling langdurige zorg · Regeling langdurige zorg
Regeling langdurige zorg Art. 5.21
§ 6 Regels over verlenen en vaststellen van een persoonsgebonden budget
1 Na afloop van iedere subsidieperiode wordt de subsidie voor de desbetreffende subsidieperiode vastgesteld.
2 Het zorgkantoor stelt het persoonsgebonden budget binnen een half jaar na afloop van de subsidieperiode vast.
3 Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld op de som van de bedragen die de Sociale verzekeringsbank op grond van artikel 5.17, eerste lid , heeft uitbetaald.
4 Indien de verzekerde geen betalingen, als bedoeld in artikel 5.17, eerste lid, onder a en b , heeft laten doen dan wordt de subsidie, in afwijking van het derde lid, vastgesteld op nihil.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2016-09-30