Besluit mandatering Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbo Art. 14
1 De Directie informeert de minister onverwijld over zwaarwegende en politiek-bestuurlijk gevoelige omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden. Dit betreft in ieder geval de situaties waarin: a. de benodigde saneringsbijdrage de maximale jaarlijkse heffing, bedoeld in artikel 115, tweede lid, van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 , dreigt te overschrijden; b. de benodigde saneringsbijdrage, de omvang van het saneringsfonds en de reeds opgelegde heffing dreigt te overschrijden; c. de financiële problemen van een toegelaten instelling aanwijsbaar hun oorzaak vinden in de niet-DAEB activiteiten; d. de Directie voornemens is een besluit te nemen dat er toe leidt dat de gemeentelijke zienswijze omtrent het te behouden DAEB-bezit in belangrijke mate niet wordt gehonoreerd; e. de Directie voornemens is om op een saneringsaanvraag te besluiten om geen saneringssubsidie te verstrekken; f. het geven van een aanwijzing als bedoeld In artikel 61d van de Woningwet , voor zover die aanwijzing betrekking heeft op de financiële sanering van de toegelaten instelling; g. het opleggen van een last onder dwangsom op grond van artikel 105, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Woningwet .
2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op bevoegdheden die zijn verleend op basis van volmacht en machtiging.
3 De Directie informeert de minister schriftelijk onverwijld op diens verzoek en in ieder geval jaarlijks uiterlijk 1 september omtrent de voortgang met betrekking tot de met dit besluit verleende bevoegdheden.
4 De directie verstrekt uiterlijk 15 februari een verantwoording over de in het voorgaande jaar uitgekeerde saneringssubsidies en de gemaakte kosten voor de verstrekking daarvan, afgezet tegen de daarvoor begrote bedragen.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2025-02-28