Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 · Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016
Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 Art. 6Beleggingen
§ 3 Specifieke regels
1 Middelen van instellingen die tijdelijk overtollig zijn kunnen in een belegging worden uitgezet.
2 De periode van het beleggen door instellingen is eindig en de belegging wordt op een vooraf vastgestelde einddatum terugontvangen.
3 De hoofdsom van de belegging wordt door de financiële onderneming, bedoeld in artikel 4 gegarandeerd. In geval van koerswijzigingen op de belegging kan hier, met instemming van de interne toezichthouder, van af worden geweken.
4 Instellingen mogen beleggen in staatsobligaties van lidstaten, mits deze lidstaten aan de ratingeisen, genoemd in artikel 4, eerste lid , voldoen.
5 Instellingen beleggen niet in: a. achtergestelde spaarrekeningen en achtergestelde deposito’s; b. aandelen of vergelijkbare producten, tenzij deze van toepassing zijn voor de uitvoering van de wettelijke taak van de instelling.
6 Beleggingen worden conform het treasurystatuut afgesloten en vooraf ter kennisname aan de interne toezichthouder gestuurd.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2018-07-01