Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige pl Art. 5.11Veilig gebruik installaties
§ 5.1 Voorkomen van brandgevaar en ontwikkeling van brand
1 Een toestel of een installatie wordt uitsluitend door een deskundig persoon gerepareerd of veranderd.
2 Een gasfles of een gastank wordt tot niet meer dan 80% gevuld. Een lege gasfles wordt met gesloten afsluiter bewaard.
3 Bij een verbruikstoestel zijn de toepasselijke specificaties voor gebruik en onderhoud vanwege de leverancier aanwezig.
4 De in het derde lid bedoelde specificaties worden overeenkomstig nageleefd.
5 Een voorziening voor elektriciteit als bedoeld in artikel 4.7 wordt niet gebruikt op een wijze die gevaar oplevert voor het ontstaan van brand.
6 Een voorziening voor de afvoer van rook wordt na brand uitsluitend gebruikt indien die voorziening is gereinigd en hersteld.
7 Binnen handbereik van een baktoestel is voor iedere bak een passend deksel of een blusdeken aanwezig waarmee de bakken ingeval van brand kunnen worden afgedekt.