Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Art. 8.1(eisen aan medisch-radiologische apparatuur)
Hoofdstuk 8 Medische blootstelling
De ondernemer zorgt ervoor dat:
a. indien nieuwe apparatuur in gebruik wordt genomen, deze, indien uitvoerbaar, een voorziening heeft die de stralingsdosis tijdens een radiologische verrichting aangeeft; b. bij een toestel waarmee radiodiagnostische verrichtingen worden toegepast, een filter wordt gebruikt teneinde de stralingsbelasting van de patiënt te beperken; c. een toestel beschikt over een vaste of automatische diafragma-instelling zodat de randen van de röntgenbundel zichtbaar zijn, tenzij het mammografisch of tandheelkundig onderzoek betreft; d. een toestel waarmee radiodiagnostische verrichtingen worden toegepast is voorzien van een diafragma of tubus met het doel de röntgenbundel te beperken tot het juiste gebied; e. het diafragma een middel bevat om afmetingen van de bundel vooraf te kunnen aangeven; f. een toestel, geschikt voor doorlichting, bij cumulatief doorlichten frequent een akoestisch signaal afgeeft.