Subsidieregeling instituten voor toegepast onderzoek Art. 34
§ 6 Subsidieverplichtingen
1 Een instituut sluit een overeenkomst inzake een derivaat slechts af met een financiële onderneming die: a. beschikt over een kredietwaardigheidsoordeel hoger dan A of een kredietwaardigheidsoordeel dat daaraan gelijkwaardig is, en b. beschikt, indien het kredietwaardigheidsoordeel op het niveau A is, over een kredietwaardigheidsvoorspelling voor de korte termijn, die minimaal neutraal is.
2 Het kredietwaardigheidsoordeel, bedoeld in het tweede lid, betreft een kredietwaardigheidsoordeel met betrekking tot de Baseline Credit Assessment.
3 De financiële onderneming beschikt over verklaringen van twee kredietbeoordelingsbureaus, waaruit blijkt dat de financiële onderneming voldoet aan de eisen opgenomen in het tweede lid.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2020-07-14