Procedureregeling met betrekking tot het behandelen van meld Art. 3
Hoofdstuk 2 Procedure voor het melden van een misstand
1 De minister wijst een of meer vertrouwenspersonen aan binnen de AIVD.
2 De vertrouwenspersoon heeft in elk geval tot taak: a. een melder op diens verzoek te adviseren over het omgaan met een vermoeden van een misstand; b. de secretaris-generaal, door tussenkomst van de directeur-generaal of bij diens afwezigheid de plaatsvervangend directeur-generaal, te informeren over een melding.
3 Een melder kan een in het kader van deze regeling aangewezen vertrouwenspersoon in vertrouwen raadplegen over een vermoeden van een misstand.
4 De vertrouwenspersoon maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder schriftelijke instemming van de melder.