Besluit bouwwerken leefomgeving · Besluit bouwwerken leefomgeving
Besluit bouwwerken leefomgeving Art. 3.16(hoogte afscheiding)
§ 3.2.3 Afscheiding aan de rand van een vloer, trap of hellingbaan
1 Een vloerafscheiding als bedoeld in artikel 3.15, eerste lid , heeft een hoogte van ten minste 0,9 m, gemeten vanaf de vloer.
2 In afwijking van het eerste lid heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 3.15, eerste lid , ter plaatse van een al dan niet beweegbaar raam een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de vloer.
3 In afwijking van het eerste lid heeft een vloerafscheiding een vanaf de vloer gemeten hoogte van ten minste 0,6 m, als de som van die hoogte en de breedte van de bovenregel ten minste 1 m is.
4 Een afscheiding als bedoeld in artikel 3.15, tweede en derde lid , heeft een hoogte van ten minste 0,6 m, gemeten vanaf de voorkant van de tredevlakken of vanaf de vloer van de hellingbaan.