Beleidsregel experimenten vergaand geautomatiseerd varen rij Art. 7Evaluatie van het experiment
1 Binnen drie maanden na beëindiging van het experiment verzoekt de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat om een evaluatierapport van het experiment.
2 In het evaluatierapport, bedoeld in het eerste lid, wordt door de experimenteerpartij ten minste gevraagd om: a. de resultaten ten aanzien van de ambitie, het doel en de werkmethode zoals opgenomen in het experimenteerplan; b. eventuele andere relevante constateringen gedaan gedurende het experiment; en c. indien de experimenteerpartij het experiment geen vervolg wil geven, de reden waarom het niet wenselijk is het experiment vervolg te geven; of d. indien de experimenteerpartij het experiment vervolg wil geven, de reden waarom het wenselijk is het experiment vervolg te geven.
3 De experimenteerpartij levert op verzoek van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat voorts aanvullende informatie ten aanzien van het experiment en de te nemen vervolgstappen.
4 De Directeur-Generaal Rijkswaterstaat evalueert het experiment op basis van het door de experimenteerpartij aangeleverde rapport, mede met het oog op de veiligheid en vlotte verloop van de scheepvaart.