Besluit vaststelling nadere regels vastleggen en bewaren ken Art. 3
Paragraaf 2 Plaatsing en inzet camera’s
1 De verwerkingsverantwoordelijke beslist over de plaatsing en inzet van camera’s.
2 Camera’s worden slechts overeenkomstig het cameraplan geplaatst en ingezet op locaties: a. die vanwege de specifieke aard daarvan een bepaald risico in zich hebben; b. die worden gekenmerkt door intensieve verkeersstromen of een specifieke functie; of c. waarvan bekend is dat bepaalde strafbare feiten op dergelijke locaties worden gepleegd.
3 Bij de beslissing tot plaatsing en inzet van één of meerdere camera’s wordt het verdere netwerk van camera’s betrokken.
4 Bij de beslissing tot plaatsing en inzet van één of meerdere camera’s wordt aangegeven van welke van de in het tweede lid genoemde situaties sprake is.