Mandaatregeling Defensievastgoed · Mandaatregeling Defensievastgoed
Mandaatregeling Defensievastgoed Art. 3Mandaat
1 Aan de directeur-generaal wordt mandaat verleend met betrekking tot aangelegenheden op het terrein van defensievastgoed.
2 Mandaat wordt niet verleend met betrekking tot: a. aangelegenheden die de uitvoeringsovereenkomst tussen het ministerie van Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf te buiten gaan; b. het vaststellen van een algemeen verbindend voorschrift; c. het beslissen op een bezwaarschrift; d. het beslissen op een beroepschrift.