Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgan Art. 5
§ 3 Aanwijzing en taken
1 De vertrouwenspersoon wordt aangewezen en van zijn taak ontheven door de secretaris-generaal.
2 Aanwijzing vindt plaats, behoudens tussentijdse taakontheffing, al dan niet op verzoek, voor de duur van 5 jaar en kan eenmalig met eenzelfde periode worden verlengd. In overleg met de coördinator kan van dat laatste worden afgeweken.
3 Indien de SG, gehoord de coördinator, overweegt een vertrouwenspersoon tussentijds van zijn taak te ontheffen, dan wordt de vertrouwenspersoon over dit voornemen gehoord.