Regeling interoperabiliteit en veiligheid spoorwegen Art. 7Technische compatibiliteit en veilige integratie
§ 3 Vergunning voor het in dienst stellen van subsystemen die deel uitmaken van hoofdspoorweginfrastructuur
1 De technische compatibiliteit, bedoeld in artikel 26h, tweede lid, onderdeel b, van de wet , wordt aangetoond op basis van: a. het voldoen aan toepasselijke TSI’s en, voor zover van toepassing op het desbetreffende subsysteem, het voldoen aan nationale voorschriften; en b. overeenstemming met de RINF-toepassing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsverordening (EU) 2019/777 .
2 De veilige integratie, bedoeld in artikel 26h, tweede lid, onderdeel c, van de wet , wordt aangetoond op basis van: a. de toepasselijke TSI’s en, voor zover van toepassing op het desbetreffend subsysteem, de nationale voorschriften; en b. gemeenschappelijke veiligheidsmethoden als bedoeld in artikel 6 van de spoorwegveiligheidsrichtlijn die op het desbetreffende subsysteem van toepassing zijn.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2025-01-01