Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 700, 140 Art. 12
§ 5 Algemene bepalingen omtrent de veiling
1 De minister bepaalt wanneer de biedronden van de veiling plaatsvinden en de duur van die biedronden.
2 Een biedronde in de primaire fase eindigt zodra de door de minister vastgestelde duur van de biedronde, bedoeld in het eerste lid, is verstreken.
3 De biedronde in de toewijzingsfase eindigt zodra de door de minister vastgestelde duur van de biedronde, bedoeld in het eerste lid, is verstreken of indien dat eerder is: zodra alle deelnemers die daartoe gerechtigd zijn een bod hebben uitgebracht.
4 Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bieding gebonden.