Invoeringswet Omgevingswet · Invoeringswet Omgevingswet
Invoeringswet Omgevingswet Art. 4.22(toepassingsbereik paragraaf)
§ 4.2.8 Overgangsbepalingen bestuurlijke sanctiebesluiten
Deze paragraaf is van toepassing op de handhaving van:
a. het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht , b. het bepaalde bij of krachtens de 1°. Waterwet 2°. Kernenergiewet , 3°. Monumentenwet 1988 , voor zover van kracht overeenkomstig artikel 9.1 van de Erfgoedwet , 4°. Ontgrondingenwet , 5°. Wet bescherming Antarctica , 6°. Wet bodembescherming , 7°. Wet geluidhinder , 8°. Wet inzake de luchtverontreiniging , 9°. Wet milieubeheer , 10°. Wet natuurbescherming , 11°. Wet ruimtelijke ordening , 12°. Woningwet , voor zover bij of krachtens die wetten is bepaald dat hoofdstuk 5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing is, c. de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden , d. artikel 92a en artikel 120 van de Woningwet , voor zover dit laatstgenoemde artikel gaat om regels die voortvloeien uit richtlijn 2010/31 /EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen van de Woningwet , e. het bepaalde bij of krachtens de als gevolg van deze wet vervallen gedeelten van: 1°. de Wet beheer rijkswaterstaatswerken , 2°. de Spoorwegwet , 3°. de Wet lokaal spoor , 4°. de Wet luchtvaart , 5°. de Mijnbouwwet , f. een gedoogplicht bij of krachtens: 1°. de artikelen 9 en 10 van de Waterstaatswet 1900 , 2°. artikel 7, eerste lid, onder b, van de Drinkwaterwet , 3°. artikel 20, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 , 4°. artikel 39a van de Gaswet , 5°. artikel 38 van de Warmtewet , 6°. artikel 23, eerste lid, van de Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag .