Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidso Art. 5
De tekenbevoegdheid wordt uitgeoefend met dien verstande dat:
1. geen beslissingen worden genomen ten aanzien van zaken van principiële aard; 2. de bestaande richtlijnen en gebruiken omtrent voorparaaf en medeparaaf in overleg en overeenstemming met medebelanghebbende afdelingen in acht zijn genomen; 3. de binnen het Ministerie geldende instructies omtrent het voorleggen en afdoen van stukken zijn gevolgd; 4. geen stukken worden ondertekend, die bij de ontvanger de indruk kunnen wekken dat de ondertekenaar persoonlijk een beslissing neemt, welke door de Minister moet worden genomen.