Regeling voorzieningenplanning po 2021 · Regeling voorzieningenplanning po 2021
Regeling voorzieningenplanning po 2021 Art. 10Verzelfstandiging
1 Indien sprake is van verzelfstandiging als bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de wet : a. zijn van artikel 3 het eerste lid en het tweede lid met uitzondering van onderdeel h van overeenkomstige toepassing; b. is artikel 4, eerste lid, met uitzondering van onderdeel l , van overeenkomstige toepassing; c. is de aanvraag voorzien van een prognose, bedoeld in het derde en vierde lid; en d. zijn de melding en de aanvraag voorzien van de instellingscode van de te verzelfstandigen vestiging.
2 Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag, bedoeld in artikel 84a, tweede lid, onderdeel a, van de wet , is van het overblijvende deel van de school minimaal de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal de stichtingsnorm.
3 Het verwachte aantal leerlingen, bedoeld in artikel 84a, tweede lid, onderdeel b en c, van de wet , van het overblijvende deel van de school wordt berekend door het optellen van het verwachte aantal leerlingen per viercijferig postcodegebied, waaruit het overblijvende deel van de school op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag zijn leerlingen betrekt. Het verwachte aantal leerlingen per viercijferig postcodegebied wordt berekend overeenkomstig de formule e = (f / g) * h, waarbij: e = het verwachte aantal leerlingen van het overblijvende deel van de school per betreffende viercijferig postcodegebied; f = het aantal leerlingen van het overblijvende deel van de school op 1 oktober voorafgaande aan het jaar van de aanvraag woonachtig in het betreffende viercijferig postcodegebied; g = het totaal aantal leerlingen van de basisgeneratie in het betreffende viercijferige postcodegebied op 1 januari van het jaar van aanvraag; h = het totaal aantal leerlingen van de basisgeneratie in het betreffende viercijferige postcodegebied op 1 januari in elk van de 10 jaren na het moment van de verzelfstandiging.
4 Het verwachte aantal leerlingen, bedoeld in artikel 84a, tweede lid, onderdeel b en onderdeel c, van de wet , van de school die na verzelfstandiging ontstaat, wordt berekend door het optellen van het verwachte aantal leerlingen per viercijferig postcodegebied waaruit de te verzelfstandigen vestiging op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag zijn leerlingen betrekt. Het verwachte aantal leerlingen wordt per viercijferig postcodegebied wordt berekend overeenkomstig de formule i = (j / k) * l, waarbij: i = het verwachte aantal leerlingen van de te verzelfstandigen vestiging per betreffende viercijferig postcodegebied; j = het aantal leerlingen van de te verzelfstandigen vestiging op 1 oktober voorafgaande aan het jaar van de aanvraag woonachtig in het betreffende viercijferige postcodegebied; k = het totaal aantal leerlingen van de basisgeneratie in het betreffende viercijferige postcodegebied op 1 januari van het jaar van aanvraag; l = het totaal aantal leerlingen van de basisgeneratie in het betreffende viercijferige postcodegebied op 1 januari in het elfde jaar na de aanvraag.
5 De aantallen in het derde lid, letters g en h en het vierde lid, letters k en l stelt DUO vanaf 1 juli in het jaar van de aanvraag beschikbaar aan de aanvrager.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2024-08-01