Omgevingsregeling · Omgevingsregeling
Omgevingsregeling Art. 15.2(alarmeringswaarden verontreinigende stoffen in de buitenlucht)
§ 15.3.2 Vaststelling alarmeringswaarden
1 Voor zwaveldioxide geldt een alarmeringswaarde van 500 μg/m 3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren.
2 Voor stikstofdioxide geldt een alarmeringswaarde van 400 μg/m 3 als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren.
3 Voor ozon gelden de volgende alarmeringswaarden: a. 180 μg/m 3 als uurgemiddelde concentratie; en b. 240 μg/m 3 als uurgemiddelde concentratie.
4 Voor PM 10 gelden de volgende alarmeringswaarden: a. 70 μg/m 3 als daggemiddelde concentratie; en b. 100 μg/m 3 als daggemiddelde concentratie.
5 De alarmeringswaarden, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, gelden in gebieden van ten minste 100 km 2 of in een volledige agglomeratie of zone als bedoeld in artikel 2.38 respectievelijk artikel 2.39 .