Instellingsbesluit multidisciplinair interventieteam Art. 4
§ 2.1 Algemene bepalingen
1 Er is een stuurgroep MIT.
2 De stuurgroep MIT heeft als taak: a. het overleggen over: i. het jaarplan; ii. het jaarlijkse bestedingsplan; iii. de vier-, acht- en twaalfmaands-managementrapportages over de uitvoering van het jaarplan; iv. het jaarverslag; v. de facilitaire dienstverlening, huisvesting, inrichting, onderhoud en ontwikkeling van gemeenschappelijke ICT-voorzieningen ten behoeve van het MIT; vi. de nadere invulling van de in artikel 2, tweede lid , omschreven taak en opdracht van het MIT en de implementatie ervan; b. het verstrekken aan de Minister van Justitie en Veiligheid, in de hoedanigheid van coördinerend minister, van viermaands-, achtmaands- en twaalfmaands-managementrapportages over de uitvoering van het jaarplan; c. het aanwijzen van de verantwoordelijke functionarissen, bedoeld in de artikelen 7, eerste lid , en 8, eerste lid ; d. het aanwijzen van de leden van het programmateam MIT.
3 De stuurgroep MIT komt ten minste zesmaal per jaar bijeen.
4 De stuurgroep MIT bestaat uit: a. de directeur-generaal Ondermijning van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, tevens voorzitter van de stuurgroep; b. de plaatsvervangend directeur-generaal Politie en Veiligheidsregio’s van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, tevens plaatsvervangend voorzitter van de stuurgroep; c. het door de korpschef aangewezen lid van de korpsleiding van de politie; d. de directeur-generaal van de Belastingdienst; e. de directeur-generaal van de Douane; f. de directeur operaties van de Koninklijke marechaussee; g. het daartoe aangewezen lid van het College van procureurs-generaal.
5 Een lid van de stuurgroep MIT kan zich laten vertegenwoordigen door een door hem aangewezen functionaris, ressorterend onder dezelfde organisatie en voorziet daarbij in een ondermandaat aan die functionaris.
6 Het secretariaat van de stuurgroep MIT wordt gevoerd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
7 De stuurgroep MIT beslist ten aanzien van de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid, onder c en d, bij consensus.