Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Rijksin Art. 3
§ 1 Algemene bepalingen
1 Aan de directeuren wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op hun werkterrein, met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 250.000 per verplichting niet te boven gaat.
2 Onder het werkterrein als bedoeld in het eerste lid valt ook: a. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel; b. het besluiten op verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor de opleiding van personeel; c. het aangaan van verplichtingen inzake het inhuren van tijdelijk personeel binnen de door de inspecteur-generaal daartoe vastgestelde financiële kaders; d. het besluiten op verzoeken om betaling, voortvloeiend uit verplichtingen die zijn aangegaan voor het inhuren van tijdelijk personeel; e. het, in afstemming met de teammanager Juridische Zaken, aangaan van verplichtingen inzake het verlenen van opdrachten aan externe juridische dienstverleners.
3 Onder het werkterrein van de directeuren zijn tevens begrepen de volgende P&O-aangelegenheden: a. het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd; b. het verlenen van langdurend verlof in het persoonlijke belang van de aanvrager (zonder behoud van salaris), als bedoeld in hoofdstuk 4 van de CAO Rijk; c. het opdragen van een andere functie; d. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden.