Gerechtsdeurwaardersverordening · Gerechtsdeurwaardersverordening
Gerechtsdeurwaardersverordening Art. 3.6(evenredig)
Hoofdstuk 3 Ambtsuitoefening
1 De gerechtsdeurwaarder verricht ambtshandelingen voor zover de wet, een titel of het met de maatregel beoogde doel dit, mede gelet op de daaraan verbonden gevolgen, rechtvaardigt.
2 De gerechtsdeurwaarder oefent geen druk uit door maatregelen aan te kondigen die voor het beoogde doel in redelijkheid niet worden getroffen.