Gerechtsdeurwaardersverordening · Gerechtsdeurwaardersverordening
Gerechtsdeurwaardersverordening Art. 7.6(voorzitterschap)
Paragraaf 7.1 Samenstelling van de ledenraad
1 De ledenraad wijst uit de ledenraadsleden de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de ledenraad aan. De aanwijzing geldt voor een termijn van ten hoogste een jaar.
2 De ledenraad kan de voorzitter ontslaan en een andere voorzitter aanwijzen.
3 De plaatsvervangend voorzitter treedt op bij afwezigheid van de voorzitter of in overleg met de voorzitter.
4 Bij afwezigheid van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter wijst de ledenraad een ledenraadslid aan als waarnemend voorzitter.
5 Degene die de vergadering voorzit kan zijn stemrecht door een ander ledenraadslid laten uitoefenen.