Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Art. 130
Hoofdstuk XIV Integriteit en ongewenste omgangsvormen
Bij afzonderlijke regeling van de Kamer wordt een Gedragscode integriteit Eerste Kamer vastgesteld waarin voorschriften worden gegeven ter bevordering van integer handelen door leden van de Kamer. In deze afzonderlijke regeling wordt tevens een instrumentarium vastgelegd ten behoeve van de naleving en interpretatie van deze Gedragscode.