Nadere voorschriften inzake de werkwijze van het bestuur Art. 13
1 De leden van het bestuur melden nevenfuncties aan het bestuur.
2 Ten minste eenmaal per jaar worden de nevenfuncties van de leden van het bestuur besproken in een vergadering van het bestuur.
3 De aanvaarding van een nevenfunctie door een lid van de directie, behoeft de goedkeuring van het bestuur.