Subsidieregeling sterk techniekonderwijs 2025–2028 Art. 1.11Verplichtingen voortgangsrapportage
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
1 De penvoerder zendt uiterlijk 1 oktober 2026 een voortgangsrapportage over de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2026 aan de minister. Deze voortgangsrapportage omvat ten minste: a. een overzicht van de tot dan toe bestede middelen; b. een uitwerking van de activiteiten die in de periode 1 januari 2027 tot en met 31 december 2028 worden verricht, inclusief een uitgewerkte begroting als bedoeld in artikel 1.12, zesde lid , en een beschrijving van de wijze waarop de relevante lessen die zijn getrokken uit de periode 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2026 worden verwerkt in de uitwerking van de activiteiten; c. de voortgang ten aanzien van de geplande activiteiten in de periode 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2026; d. een uitgewerkte begroting over de periode 1 januari 2025 tot en met 31 juli 2026 als bedoeld in artikel 1.12, zesde lid ; en e. de bereikte mijlpalen en de gerealiseerde doelen over die betreffende periode.
2 De penvoerder zendt uiterlijk 1 oktober 2028 een voortgangsrapportage over de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2028 aan de minister. Deze voortgangsrapportage omvat ten minste: a. een overzicht van de tot dan toe bestede middelen; b. de voortgang ten aanzien van de geplande activiteiten in de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2028; c. een uitgewerkte begroting over de periode 1 augustus 2026 tot en met 31 juli 2028 als bedoeld in artikel 1.12, zesde lid ; en d. de bereikte mijlpalen en de gerealiseerde doelen over die betreffende periode.
3 De minister kan een formulier vaststellen ten behoeve van de voortgangsrapportages.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2026-07-24