Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aard Art. 5Aanvraag, verdeling en bevoorschotting van de specifieke uitkeringen, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met i
1 Een gemeente of provincie doet uiterlijk op 1 oktober 2024 eenmalig een aanvraag voor het verstrekken van een specifieke uitkering voor de gehele uitkeringsperiode, voor de activiteiten genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met i .
2 De gemeenten en provincie bepalen onderling de van toepassing zijnde verdeelsleutel voor de te verstrekken specifieke uitkering per gemeente en provincie, per activiteit genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a tot en met i . Indien de minister een besluit neemt over herverdeling van gelden, als bedoeld in artikel 4, derde lid , dan bepalen de gemeenten en provincie opnieuw de hoogte en verdeling van de te verstrekken specifieke uitkering voor de onderdelen a en h.
3 De minister kan voorschotten verlenen tot 100% van de te verstrekken specifieke uitkering aan de gemeente of provincie.
4 De bevoorschotting geschiedt in jaarlijkse termijnen gedurende de uitkeringsperiode, waarbij het bedrag van het jaarlijkse voorschot wordt bepaald overeenkomstig het in de aanvraag door de gemeente of provincie aangegeven kasritme.
5 De betaling van het jaarlijkse voorschot vindt plaats uiterlijk in maart van het desbetreffende kalenderjaar.
6 In afwijking van het vijfde lid vindt de betaling van het voorschot voor 2024 uiterlijk plaats in december 2024.