Besluit mandaatverlening aan korpschef Korps Politie Caribis Art. 10
Paragraaf 3 Overige bepalingen
1 Het ondermandaat van de korpschef en de algemeen commandant aan de onder hen ressorterende functionarissen wordt schriftelijk verleend.
2 De korpschef en de algemeen commandant kunnen per geval of in het algemeen instructies geven ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid.
3 De gemandateerde verschaft de korpschef of de algemeen commandant op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.
4 De korpschef en de algemeen commandant blijven bevoegd de aan de onder hen ressorterende functionarissen gemandateerde bevoegdheden uit te oefenen.
5 De korpschef en de algemeen commandant kunnen het ondermandaat te allen tijde intrekken.
6 De korpschef en de algemeen commandant informeren de directeur-generaal Politie en Veiligheidsregio’s voorafgaand aan het verlenen van het ondermandaat.
7 Het ondermandaat treedt in werking na publicatie in de Staatscourant.