Regeling Cultuureducatie voor het Caribisch deel van het Kon Art. 1.5Voorwaarden en beperkingen
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen
1 Alleen kosten die direct verband houden met de projecten of activiteiten komen in aanmerking voor subsidiëring.
2 Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager: a. aantoont dat er een begrotingstekort is, en dat voor een sluitende begroting ondersteuning door het Fonds nodig is; b. de mogelijkheid van andere inkomsten dan de gevraagde subsidie onderzoekt, rekening houdend met de aard van het project of de activiteiten; en c. aannemelijk maakt dat de financiële middelen, samen met de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project of de activiteiten uit te voeren.
3 Het Fonds kan in de volgende hoofdstukken verruimingen en beperkingen verbinden aan de omvang van bepaalde begrotingsposten ten opzichte van de totale kosten van projecten of activiteiten.
4 Aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen de benodigde kosten voor het omwisselen van valuta voor het uitvoeren van het project opnemen in de subsidieaanvraag.
5 De kosten voor een verplichte accountantsverklaring, kunnen als subsidiabele kosten in de begroting worden opgenomen.