Regeling Cultuureducatie in het vmbo, vso en pro 2025–2028 Art. 1.5Algemene weigeringsgronden
Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen
1 Het Fonds weigert subsidie als: a. voor dezelfde activiteiten al subsidie is of zal worden verleend: i. door het Fonds; ii. door een van de andere rijkscultuurfondsen; iii. op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid ; of iv. op grond van de Erfgoedwet . b. de activiteiten of projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd op het moment van de aanvraag al worden uitgevoerd; c. de aanvraag wordt ingediend door een uitgeverij of omroeporganisatie; d. de aanvraag wordt ingediend namens een overheidslichaam of semi-overheidslichaam; e. de aanvrager failliet is verklaard of redelijkerwijs te verwachten is dat dit binnenkort gebeurt; f. de aanvraag onvoldoende aansluit bij het doel van de regeling; of g. de aanvrager een rechtspersoon is die niet voldoet aan de verplichtingen ten aanzien van de Fair Practice Code of de Governance Code Cultuur, zoals bedoeld in artikel 1.7, vierde lid .
2 Het Fonds weigert subsidie aan derden als die in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet in aanmerking komen voor een subsidie.
3 Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers, voorafgaand aan de aanvraag, subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.
4 Het Fonds kan weigeren om subsidie te verstrekken als de aanvraag op enige wijze niet in overeenstemming is met de regeling.
5 Het Fonds kan subsidie weigeren als de aanvraag gericht is op reguliere of terugkerende activiteiten of activiteiten die redelijkerwijs gefinancierd kunnen worden uit het reguliere budget van de aanvrager.