Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte ter Art. 11Jaarlijkse evaluatie
Hoofdstuk 3 Voorwaarden aan mogelijke en daadwerkelijke inzet
1 De minister evalueert jaarlijks met de relevante betrokkenen op vertrouwelijke wijze de organisatorische elementen van de inzet en de wijze van informatiedeling omtrent de inzet van het afwijkend gebruik van de frequentieruimte. De relevante betrokkenen zijn in ieder geval die partijen die genoemd zijn in de gemaakte impactanalyses uit het betreffende jaar, waarbij de inzet daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
2 De evaluatie vindt voor het eerst plaats één jaar na de inwerkingtreding van deze regeling.