Mandaatbesluit College van procureurs-generaal, beheer OM 20 Art. 2
1) Elke procureur-generaal is afzonderlijk gemachtigd om invulling te geven aan het mandaat. 2) Van het mandaat wordt ten aanzien van de beheeraangelegenheden die hun parket of dienstonderdeel betreffen, ondermandaat verleend aan: a. de hoofden van de parketten, genoemd in artikel 134 lid 1, b. tot en met f. van de Wet RO ; b. de directeur van het parket-generaal; c. de directeur van de landelijke bedrijfsvoeringsorganisatie openbaar ministerie (LBOM); d. de directeur van de IV-organisatie openbaar ministerie (IVOM). 3) Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging.