Regeling tijdelijke aanstelling militairen · Regeling tijdelijke aanstelling militairen
Regeling tijdelijke aanstelling militairen Art. 7Wijziging aanstelling
1 De militair die wenst diens aanstelling te wijzigen in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR dient bij het bevoegd gezag een daartoe strekkend verzoek in.
2 Indien de aanstelling van de militair wordt gewijzigd in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR geldt dat: a. de militair dient te voldoen aan de voor deze aanstelling in artikel 5, eerste lid, van het AMAR gestelde voorwaarden; b. de militair de bij deze aanstelling behorende verplichting, bedoeld in artikel 7 van het AMAR , krijgt opgelegd, met dien verstande dat hierop in mindering wordt gebracht de verplichting, bedoeld in artikel 3 van deze regeling, voor zover deze is voldaan; c. aan deze aanstelling geen proeftijd wordt verbonden.