Energieregeling · Energieregeling
Energieregeling Art. 4.1aanwijzen minister als bevoegde instantie
Afdeling 4.1 Uitvoering en toezicht
1 De minister is de bevoegde instantie, bedoeld in: a. artikel 4, eerste lid, van gedelegeerde verordening 2024/1366 . b. artikel 3, tweede lid, van verordening 2017/1938 ; c. artikel 3, eerste lid, van verordening 2019/941 .
2 De minister is belast met de taak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening 2017/1938 .
3 De minister is bevoegd, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens verordening 2019/943 , een besluit te nemen inzake de aanpassing van de voor Nederland geldende biedzone, bedoeld in de artikelen 14 en 15 van verordening 2019/943 .