Tijdelijke regeling specifieke uitkering Clean Energy Hubs 2 Art. 12Vaststelling
1 De minister stelt de uitkering vast op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 11 , heeft plaatsgevonden.
2 De uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld, indien: a. de werkelijke kosten lager zijn dan het verleende bedrag; b. de uitkering anderszins niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed; of c. niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 9 , of de verantwoording, bedoeld in artikel 11 .
3 De minister kan onverschuldigd betaalde uitkeringen en voorschotten terugvorderen, voor zover na de dag waarop de uitkering is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken.