Beleidsregel aanwijzing inspectie-instellingen Wtta Art. 11Kwaliteitsbewaking
1 De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bewaakt de kwaliteit en de onafhankelijkheid van de inspectie-instellingen door gebruik te maken van de volgende instrumenten: a. informatieverzoeken; b. verificatiebezoeken; c. meeloopinspecties; en d. overleggen voor kennisuitwisseling en harmonisatie.
2 Een aangewezen inspectie-instelling wordt aan het begin van ieder kalenderjaar verzocht om voor 1 maart, of een andere door de Minister aangegeven – latere – datum, informatie aan te leveren over de door haar in verband met de aanwijzing verrichte werkzaamheden in het voorgaande kalenderjaar. Het informatieverzoek heeft betrekking op de volgende onderwerpen: a. eventuele wijzigingen in de inschrijving in het handelsregister; b. eventuele wijzigingen in de status en scope van de accreditatie van de inspectie-instelling; c. de uitkomsten en rapportages van controle- en herbeoordelingen met betrekking tot het Accreditatieschema uitgevoerd door de Raad voor Accreditatie of een andere nationale accreditatie-instantie, indien de inspectie-instelling in het buitenland gevestigd is; d. door de inspectie-instelling ontvangen klachten en de wijze van afhandeling daarvan; e. de door de inspectie-instelling uitgevoerde controles naleving normenkader, inclusief uitgevoerde herstelinspecties en toepassing van de 4O-systematiek; f. de termijn waarbinnen de inspectie-instelling een controle op verzoek van een uitlener heeft uitgevoerd; g. het gevoerde beleid ten aanzien van permanente educatie.
3 Indien daartoe aanleiding bestaat kan de Minister tussentijds aanvullende informatie opvragen bij een aangewezen inspectie-instelling.
4 De Minister voert jaarlijks een verificatiebezoek uit. Tijdens dit bezoek, dat plaatsvindt op kantoor van de inspectie-instelling, wordt nader onderzocht of de inspectie-instelling voldoet aan alle voorwaarden voor behoud van de aanwijzing. De informatie genoemd onder het tweede lid fungeert als vertrekpunt voor een gesprek hierover met de inspectie-instelling. Indien daartoe aanleiding bestaat kan ook tussentijds een extra verificatiebezoek plaatsvinden.
5 Zowel voorafgaand, tijdens als na afloop van het verificatiebezoek kan de Minister inzage vragen in aanvullende inlichtingen en gegevens. Daartoe behoren in ieder geval de gegevens genoemd in artikel 10 . Ook kan inzage worden gevraagd in werkinstructies, om te controleren of afspraken gemaakt tijdens overleggen voor kennisuitwisseling en harmonisatie daarin zijn verwerkt.
6 Ambtenaren kunnen namens de Minister periodiek meelopen met een of meerdere inspecties om te beoordelen of de inspecties worden uitgevoerd met de vereiste deskundigheid en conform het inspectieschema.
7 De Minister organiseert periodiek overleggen voor kennisuitwisseling en harmonisatie tussen aangewezen inspectie-instellingen, als bedoeld in artikel 1b:10, tweede lid, van het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs .