Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeen Art. 11Procedure tot vaststelling en terugvordering van de uitkering
1 De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van besteding vast.
2 De minister kan de specifieke uitkering lager vaststellen, indien: a. de verantwoordingsinformatie onjuist, onvolledig, te laat, of niet is verstrekt; b. de uitkering niet rechtmatig is besteed; c. de rechtmatigheid of de juistheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is; d. het project minder lang als zodanig is ingezet dan waarvoor de specifieke uitkering is verleend.
3 De verstrekte specifieke uitkering kan worden teruggevorderd voor het deel dat blijkens de verantwoordingsinformatie niet of niet rechtmatig is uitgegeven.
4 Onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de uitkering wordt vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.